vrijdag 30 augustus 2013

Gezeik tussen het Engelse en het Spaanse rijk

Wij liggen in La Linea, dat is op het schiereiland van Gibraltar aan de Spaanse kant. De grens naar UK loopt langs het vliegveld af zo’n honderd meter van de jachthaven. Wij zien enkele vliegtuigen daar per dag landen/starten, wat natuurlijk een oponthoud geeft met het grensverkeer.

De volgende morgen gingen eindelijk eens de vouwfietsen uit de bakskist. Daar hadden ze al enkele jaren keurig opgesloten gezeten. Ze kwamen eruit als nieuw met toch hier en daar een roestvlekje. Na het in elkaar zetten en oppompen zijn wij met Karel en Mieke richting Apenrots gereden, want zij lagen hier al enkele dagen en wisten de weg.

Richting grens stond er kilometers lange file van auto’s. Maar bij de grenspost stonden ook honderden voetgangers en fietsers. Wat bleek slechts één douanier stond op zijn gemak alle paspoorten na te kijken. Je kan je wel voor stellen wat voor janboel dat gaf.
Op de start/landings baan
Als je over de grens ben ga je eerst over de start/landingbaan die het schiereiland in tweeën splitst. Toen wij over de grens waren zijn wij eerst een bakkie koffie gaan drinken en hebben daarna boodschappen gedaan, dat waren onderdelen en gereedschap voor de boot want die zijn hier (aan de Engelse kant) overvloedig te verkrijgen en dan ook nog zonder BTW. Na even rond te hebben gekeken zijn wij terug naar boord gegaan en weer moesten wij over de grens naar de Spaanse kant. Bij aankomst van de landingsbaan was het wachten op een vliegtuig dat ging starten. Eenmaal over de baan heen kwamen wij weer in de file van de douane. Na al deze ongein kwamen wij bezweet en wel aan boord.

Wij waren voor de avond uitgenodigd door Mieke en Karel voor een BBQ en deze smaakte prima.


Mainstreet
De volgende dag zijn wij wederom maar dan met z’n tweeën de stad (Gibraltar) gegaan en zijn daar de hoofdstraat ingegaan, wat een drukte van belang was.

Het muntgeld is hier hetzelfde als in Engeland, de papieren ponden zijn van Gibraltar, met dit wc-papier kan je alleen maar op dit eiland kwijt (net zo als op Kanaaleilanden), daarom hebben wij maar zo veel mogelijk gepind en in euro’s betaald (echter het wisselgeld krijg je terug in ponden). Trouwens men rijdt hier Rechts (bij de oversteekplaatsen staat: Look left ) volgens ons is dit de enige Engelse kolonie waar dit is. De tijd is gewoon Midden-Europese tijd.

Als je door de straatjes wandelt, weet je zeker ‘Ik ben in Engeland’. De taal is hier half Spaans en half Engels, maar eigenlijk is de moedertaal Engels, dus iedereen kan je hier goed verstaan.

Op de terugweg stonden weer voor gesloten slagbomen bij de startbaan, wachtend dat het vliegtuig eindelijk weer eens opsteeg.
Eenmaal bij de grenspost stond er een kilometer lange file van fietsers, brommers en motoren, het oude liedje weer één man van Guardia Civil stond op z’n gemakje paspoorten en bagage te controleren. Wij zijn benieuwd wanneer dit puberale haantjes gedrag door een stel volbloedidioten eens een keer ophoud, want wij leven in Europa en niet in het voormalig IJzeren gordijn.

Aan het eind van de middag begon hier de lucht te betrekken en men zegt dat het gaat onweren, wij denken dat dan de grassprietjes een ronde dans gaan maken want alles is geel, behalve de bomen. Wij gaan eerst maar lekker slapen en zien morgen wel wat wij gaan doen.

dinsdag 27 augustus 2013

Het hoekie om (letterlijk maar niet figuurlijk)

De tocht vanuit Mazagón naar Rota hebben wij geheel op de motor afgelegd daar er totaal geen wind was en erg warm. Na telefonische informatie bij Rota bleek ons pakket er nog steeds niet te zijn, wij zijn toen niet de haven ingegaan maar bij het strand voor anker.
De afstand was 42,7 mijl.

 Na een onrustige nacht, want ’s nachts begon de deining uit het zuidwesten te lopen (de enige plek waar de baai niet beschut is) lagen wij steigeren als een paard.
’s Ochtends  zijn wij om 09.00 uur anker op gegaan om naar Barbate te gaan, maar na anderhalf uur trok de wind uit het zuiden tot 25 knopen aan en werd het mistig. Wij besloten toen om terug te gaan naar Puerto Santa Maria. Rond het middaguur zijn wij daar aangekomen en hebben op het oude stekkie afgemeerd. Na de bureaucratische rompslomp doken wij gelijk het zwembad in, wat wij deze keer voor ons alleen hadden.
De afstand was 14,4 mijl.

Zondag hebben wij er nog een dagje aan vast geknoopt.
Het heilige der heilige der Engelsen
Maar maandagmorgen zijn wij met daglicht vertrokken (het is hier pas om 08.00 uur licht). Nog niet buitengaats en de wind begon aardig aan te trekken uit de richting waar wij heen wilden. Op een gegeven moment liepen wij nog maar 2,5 knoop, maar dwars van Cádiz kon het grootzeil bij en met de motor werd het hakken naar Trafalgar.
Voor Trafalgar werd het te bezeilen, maar om de hoek viel de wind weg, dus de motor kon het weer opknappen! Zo bereikten wij Barbate. Ofschoon wij knap moe waren, hebben wij eerst nog het schip gespoeld, daarna boodschappen gehaald, gegeten en vroeg naar bed, want wij wilden de volgende dag naar La Linea varen (Spaanse kant van Gibraltar).
De afstand was 41 mijl.

’s Ochtends moesten wij weer vroeg aan de bak, omdat wij het tij nodig hadden om richting Gibraltar te komen. Het was warm en heiig, wat best wel wat sfeer foto’s opleverde.
Exact op het middaguur ronden wij Tarifa, dat is de meest zuidelijke punt van Europa en voor ons afscheid van de Atlantic.
Tarifa, het zuidelijkste puntje van Europa
Ondertussen is de Marokkaanse kust ook in zicht met klinkende namen zoals Tanger (groenteboer bij ons thuis op de hoek) Kaap Mallabata (theehuis Marco Pololaan Utr.) Het lijkt hier wel Kanaleneiland! We hebben besloten om toch maar de Europese kant te houden.
Nadat wij de (Gibraltar)rots in zicht kregen werd het steeds drukker met scheepvaartverkeer. Ook konden wij merken (via de marifoon) dat de verhouding tussen Spanje en UK niet erg best is, want men zit hier elkaar flink in de haren als er een oorlogschip over elkaars territoriale water vaart (het lijkt erop dat ze elkaar aan het uitlokken zijn) maar aan de wal merk je er niets van. We zijn in de haven van La Linea afgemeerd en onze bestelling (reserve filter) uit Amerika lag keurig op ons te wachten. Dat was prima service.
De afstand was 37,6 mijl

Haven La Linea, met op de achtergrond Gibraltar

donderdag 22 augustus 2013

Accu’s en alles wat vliegt

Van Puerto Santa Maria hebben wij zowaar kunnen zeilen, al was het maar met een licht windje, maar geen nood we hebben tijd genoeg.
Morgens was het in de baai van Cadiz in de lucht al een drukte van belang van Amerikaanse en Spaanse helikopters. Rota is met Rammstein (Duitsland) de grootste militaire luchthaven voor de Amerikanen en dat is te merken ook, de ene Globemaster na de andere komt hier landen of starten.

Maar wij hebben hier meerdere luchtreizigers namelijk Libelle’s deze hebben de meest leuke kleuren, waarvan wij een paar foto’s bij doen.



Deze beestjes landen uitgeput aan dek en zodra wij dicht bij de wal zijn vertrekken ze weer.

Maar na een leuk tochtje zijn wij voor anker gegaan bij Chipiona in de monding van de Rio Guadalquivir.

De afstand was 21 mijl

‘s Nachts begon het hevig te waaien uit het westen en dan lig je hier totaal niet beschut. We hebben enkele uren liggen steigeren als een paard, maar in het begin van de ochtend werd alles weer vredig en rustig. ’s Morgens zijn weer anker op gegaan en zijn wij richting Magazón gevaren. Deze tocht was saai en eentonig, alles moest op de motor.

In het havenkantoor van Mazagón ontmoeten wij de meest chagrijnige receptioniste van tot nu toe onze hele tocht. Na enig gesnauw kregen wij een plek in de haven toegewezen.
De afstand was 31 mijl

De volgende ochtend heeft Sophia een flinke was in de machine gestopt. Bij het weer ophalen van de was, kwam de monteur de accu’s bezorgen en heeft deze met Gerrit in de boot gemonteerd. Na enig zaag- en sleutelwerk was dat in 2 uurtjes gebeurd. Hij heeft de oude accu’s weer terug genomen en alles werkt nu weer naar behoren.
We hebben nu vislijn aangeschaft van 140 kg trekkracht, hopelijk houden wij nu deze beestjes in toom, maar wij beginnen onze bedenkingen te krijgen als je zo'n beest aan de lijn hebt of de achterpreekstoel het wel houdt. Maar eerst wat vangen dan vernemen jullie de rest! Het zijn namelijk geen makrelen wat je hier vangt.

Morgen gaan wij naar Rota, als het goed is staat er dan een pakketje voor ons, als het er niet is gaan wij daar voor het strand voor anker en de dag erop naar Barbate.

maandag 19 augustus 2013

El Puerto de Santa Maria

Wij zijn even buiten de haven voor anker gegaan en hebben daar een onrustige nacht gehad vanwege de golven. De volgende ochtend zijn wij anker op gegaan en zijn de haven van Puerto Santa Maria in gegaan. Daar was niemand te bekennen, maar toen wij de boot zomaar ergens vast wilde knopen, kwam er een marienero tevoorschijn die ons naar het uiteinde van de haven verwees, niet dat het erg is want daar is alles gloednieuw, de man ving ons daar weer op.
Even later kwam de Dwarskop en wij deden net of wij de havenmeester waren en verwezen hun naar een box bij ons in de buurt.
Alles gaat hier lekker soepel en relaxt behalve de prijzen van het liggeld, want die zijn aardig pittig.
Maar ja wat wil je, drie tennisvelden, één groot zwembad en kinderbad (dit alles met zoet water) staan hier tot je beschikking.

Toen wij de eerste dag hier binnen kwamen was er een regatta (zeilrace) aan de gang, bij de ingang van het haventerrein stonden allerlei tentjes met kleding, auto’s en sherry. Toen wij er langs liepen werden wij gelijk uitgenodigd om sherry te proeven. Een man in klederdracht met een enorme lange lepel schepte voor ons uit de vaatjes een heerlijk glas sherry.

Sophia had er nog niet één half op toen was Gerrit al aan zijn tweede bezig (de zuipschuit).

Na boodschappen te hebben gedaan doken wij gelijk het zwembad in.

Wat een opluchting is dat in die hitte.

Het hele weekend, als wij het warm hadden, doken wij gelijk het zwembad in.

De ventilator van Knut en Mette, die wij vorig jaar van hun gekregen hebben in La Coruña, maakt hier overuren, wij kunnen hem alleen in de haven gebruiken, daar hij anders teveel stroom uit de accu’s haalt.

Het plaatsje zelf is één van de belangrijkste plaatsen van de sherry, alle grote merken hebben hier hun opslag. De bekendste is wel die met de zwarte stier of te wel Osborne. Maar toen wij dat park met opslagruimte wilden bezoeken, moesten wij nog twee dagen wachten (alleen op reservering) zo veranderde ons beeld van zwarte stier tot melkkoe!

Men beweert hier de mooiste Toros arena van Spanje te hebben, maar het is moeilijk om er een fatsoenlijke foto van te maken, daar er teveel auto’s omheen staan (frappant detail bij de hoofdingang stond keurig een lijkwagen).

Plaza de Toros
 Verder is de stad niet veel soeps, het zijn prachtige statige herenhuizen in zwaar verval of dicht getimmerd.

Omdat wij erin geslaagd zijn om nieuwe accu’s te bemachtigen, moeten wij circa 40 mijl terug, naar Mazagón (in de buurt van Huelva). Wij vertrekken morgen naar Chipiona om daar voor anker te gaan en om dan woensdag naar Mazagòn te varen, waar donderdagochtend de nieuwe accu’s aan boord komen. Want hier in de buurt zijn ze niet in voorraad. We denken dat we daarom een tijdje geen internet contact hebben tenzij wij ergens een open kanaal te pakken kunnen krijgen. Want in de zogenaamde Eppa havens is het ter beschikking stellen van WiFi (voor Andalucia havens) verboden.

vrijdag 16 augustus 2013

El Rompido – Chipiona – Rota – Puerto Sherry

Op zondag 11 augustus zijn wij vertrokken naar El Rompido. Er was geen wind en het was erg warm, gelukkig konden wij onder de bimini een beetje uit de zon zitten. De aanloop van Rio de las Piedras is erg spannend want je moet over een drempel heen. Je ziet tientallen meters van het schip af mensen tot aan hun navel in het water staan. Een spannend klusje is dat! De betonning verandert er elke keer, dat wordt door de bevolking zelf gedaan. Maar na de drempel zijn er geen problemen. Wij zijn de jachthaven ingegaan, waar een heel ontvangstcomité ons opving, allemaal erg goed bedoeld maar wij knopen liever zelf ons eigen bootje vast. Het is een hele nette haven midden in de bossen, de broodjes waren te bestellen bij het restaurant en voor de rest van de boodschappen was het lopen naar het plaatsje !!!



Tot onze stomme verbazing lagen wij niet in de jachthaven die wij gepland hadden, deze lag circa één kilometer verderop en zag er precies eender uit, later bleek dat deze 2x zo duur was. Wij hebben er een dagje extra aan vast geknoopt omdat er ontzettende mooie natuur was.
 
Bezige mieren met een nootje.
Tegelijkertijd hebben wij klein onderhoud aan de boot gedaan. Onze Spaanse buurman vertelde ons dat het daar wemelde van de vis, waaronder tonijn.
De afstand was 25 mijl.

 Dinsdagochtend bij hoogwater zijn wij vertrokken richting Chipiona, tijdens de tocht kwam rond de middag eindelijk de wind en konden wij verder heerlijk zeilen, maar na een uurtje kregen wij eindelijk beet, het tuig liep af als een gek pprrrrt en brak af als een garen draadje, maar niet getreurd er is nog reserve aan boord. Er werd gelijk een nieuwe dikke vislijn op de molen gezet met nieuwe vishaken en weer uitgezet. Wij dachten wij laten ons niet kisten door die vissen hier. Maar dat was dus mis! Want binnen 1½ uur waren wij wederom het hele zaakje kwijt! Dat was stevig balen, er is nu nog 1 setje over en dat durven wij er niet aan te wagen, dus nu eerst maar wachten totdat wij een hengelsportzaak tegen komen.

Aan het eind van de middag kwamen wij Chipiona binnen, dat ligt aan de monding van de Guadalquivir rivier. Volgens alle omschrijvingen moet dat een echt authentiek Andalusiës stadje zijn, maar wat bleek het was overspoeld met badgasten, waarvan de standaard uitrusting is klapstoel en parasol. Wij vielen gewoon op dat wij dat niet hadden. De rivier stroomt naar Sevilla, wij hebben daar bewust niet voor gekozen omdat het een saaie tocht de rivier op is en het daar heet is.
De afstand was 43 mijl.

Na één dag hadden wij Chipiona bekeken en zijn wij doorgegaan naar Rota. Dat is een soort gelijke plaats maar met minder toerisme. Rota is een oud stadje met smalle straatjes en met een enorme militaire basis, waar de hele dag helikopters laag over de haven vliegen en waar transportvliegtuigen landen.
De afstand was 16 mijl.

Wij hebben voor de verandering weer eens een elektrisch probleem, de accu’s houden geen
stroom meer vast, daarom zijn wij uitgeweken naar Puerto Sherry, de haven is totaal anders dan de naam doet voorkomen, met veel nieuwe gebouwen, waarvan de helft maar is afgebouwd. De elektricien was op vrijdagmiddag al niet meer bereikbaar, maar omdat deze haven nogal prijzig is, zijn wij buiten voor anker gegaan en wij willen in het weekend Puerto Santa Maria aan doen om daarna weer terug te gaan naar Puerto Sherry.

We denken dat de accu’s vervangen moeten worden, deze zijn nu 10 jaar oud en dat is een flinke leeftijd voor deze dingen.
De afstand van Rota naar Puerto Sherry was 7,5 mijl

                                                                                                                                                                         

zaterdag 10 augustus 2013

Dolle vrijdag en de Guadiana rivier

Vrijdagmiddag kregen wij van Cor en Wil (rasechte Katwijkers die hier een permanente ligplaats hebben) twee heerlijk ingevroren haringen, schoongemaakt en wel, alleen ontdooien en een uitje snipperen en deze smaakten fantastisch!! Cor en Wil waren een paar dagen te voren vanuit Nederland in Ayamonte aangekomen en nemen dan altijd een voorraad ingevroren haring mee.

In de kapsalon.
In de namiddag kregen wij een heel stel Spaanse boten om ons heen, die zorgden dat het op het steiger erg gezellig werd. Op een gegeven moment ging een vrouw haar zoontje knippen, waarbij Sophia er gelijk op af vloog om Gerrit ook te laten knippen, Ze wilde wel maar zei dat ze absoluut geen professional was. Wij hebben een klein krukje op het steiger gezet en tot grote hilariteit van iedereen begon het ‘schaapscheerderfeest’. Karel kwam er ook nog aan gefietst om te vragen of wij zin hadden in een borrel in de stad en ook hij werd gelijk gekortwiekt. Na afloop van deze pret kwam er van alle kanten waterslangen tevoorschijn die alle haren wegspoelden en iedereen een frisse beurt gaf.

De volgende ochtend ging er een deel van onze Spaanse vrienden weg en wij besloten ook maar de rivier te gaan bekennen.
De loods staat op de uitkijk.

De tocht naar Alcoutim was een sensatie op zich, prachtige landschappen gaan aan je voorbij maar dit is door Nederlanders allang ontdekt, ongeveer 50% van de ankeraars hier zijn landgenoten. Je moet ook niet zo raar opkijken als je in het Nederlands wordt aangesproken. Wij zijn daar op de rivier voor anker gegaan en maar gelijk twee dagen gebleven. Alcoutim (aan de Portugese kant) is een ontzettend leuk plaatsje, wat behoorlijk bruist, in tegenstelling tot de Spaanse kant in Sanluclar, het zag er daar wel allemaal perfect en schoon uit maar er is totaal niets te beleven. Omdat je daar op de grens ligt tussen Spanje en Portugal zijn de kerkklokken het niet met elkaar eens, de ene geeft Midden-Europese tijd en de andere West-Europese tijd, hierdoor zijn deze plaatsjes al heel bekend, wij hebben het zelf mee mogen maken. Ook was het vreemd dat wij daar ’s avonds geen last hadden van muggen e.d. terwijl wij in Ayamonte hiervan een overlast hebben, gelukkig hebben wij nog een flinke voorraad Deet van vorig jaar aan boord.



Na 2 dagen zijn wij weer terug gevaren naar Ayamonte om het frame van onze nieuwe bimini op te halen. Dat was al een hele toer op zich om met die enorme buizen dwars door het stadje te lopen, geen boom of palmboom was veilig (laat staan de auto’s). Maar gelukkig zonder averij zijn wij met die constructie veilig aan boord gekomen en toen het grote gebeuren het in elkaar zetten. Gelukkig had Karel van de Dwarskop een haakse slijpmachine om de zaak precies op maat te maken. Toen deze hele heksentoer gemonteerd was hebben wij het 100 Watt zonnepaneel geplaatst. De aansluiting hebben wij overgelaten aan een technicus en die kwam toevallig uit Amersfoort, Daarna hebben wij er schaduwdoek tussen gespannen, dat was een flinke klus het nam bijna een hele dag in beslag, wij zijn nog niet helemaal klaar maar de rest is voor manãna.

Wij zijn van plan om morgen (zondag 11-08) naar El Rompido te varen.

                                                                                      
                                                                                   

vrijdag 2 augustus 2013

Portimão – Ilha Culatra – Ayamonte

Sorry, dat het zolang duurde dat er weer een blog kwam, maar er was domweg geen goede WiFi verbinding.

Om de draad weer op te pakken beginnen wij bij de ankerplaats van Portimão, waar wij deze mooie zonsondergang hebben genomen.


’s Morgens gingen wij ankerop en tot onze grote schrik ging er een heftige trilling door het schip, wij hebben dit proberen te verhelpen door een keer volle kracht vooruit en achteruit te draaien, maar het gaf geen verbetering. Al vroeg in de middag begon de wind door te zetten, zodat wij zeilend in Culatra kwamen.


Dit is een eiland in het gebied tussen Faro en Olhão.

Wij zijn aan de westkant voor anker gegaan, waar ook de “Dwarskop” lag. Dit eiland is zo fantastisch mooi, totaal ongerept met kleine huisjes in de mooiste en leukste vormen. De ankerplaats daar was erg onrustig omdat de ferry’s en visboten vlak langs je heen knorren.


Er is een piepklein winkeltje waar je het brood moet bestellen (reserveren) anders krijg je niets!

Wij hebben met Karel en Mieke een kop koffie gedronken in een tentje wat was opgetrokken uit aangespoelde pallets. Auto’s kom je er niet tegen alleen tractoren van de gemeente.

Na de tweede dag zijn wij verhaald naar de oostkant van het eiland, daar is het iets groter en de ankerplaats rustiger, daar is een compleet hippiedorp, dat bestaat uit drijvende/droogstaande catamarans die bewoond zijn maar daar al jaren liggen. De gezelligheid in het dorp is enorm daarom hebben we besloten om daar ’s avonds een visje aan de wal te eten.


In het vissershaventje krioelt het van de kleine visbootjes en raar onderwater gespuis, waarvan wij de namen niet kennen. Kortom een heerlijke ankerplaats om erg lang te blijven hangen.

(P.C.) Hoofdstraat

Maar na 2 dagen hebben wij ons bij het nekvel gegrepen en zijn weer vertrokken.

Het enige kerkje wat het dorp rijk is.

De trillingen bleven in het schip en onderwater hebben wij niets kunnen ontdekken, daarom zijn wij kalm aan naar Ayamonte gevaren. Het was windstil en een steile zee en erg warm. Toen wij in Ayamonte aankwamen was de haven half leeg. Ayamonte zelf is een heel leuk plaatsje waar toerisme nog niet de boventoon voert. Wij hebben hier een duiker besteld om de schroef te inspecteren, deze kwam de volgende avond en constateerde dat er een stukje van één van de schroefbladen verbogen was. Hij vroeg om 2 hamers, wij hebben er maar ééntje aan boord, dus de andere geleend van “Dwarskop” en hij heeft onderwater het blad zo goed mogelijk gericht (lekker voor je trommelvliezen om onder water te hameren). Na het proefdraaien was de trilling een stuk minder zodat wij de reis verder kunnen voortzetten.

Hier aan de wal is een scheepshandelaar, zowaar een Nederlander, die voor ons een nieuwe bimini heeft opgemeten en wij zijn van plan om via hem een extra zonnecel van 100 Watt te plaatsen, zodat wij geen elektriciteit problemen meer krijgen. Tevens hebben wij van de rubberboot een amfibie gemaakt door er opklapbare wieltjes onder te plaatsen, zodat je hem op de wal kan trekken zonder de bodem te beschadigen.


De Guadiana rivier is de grensrivier tussen Portugal en Spanje, Ayamonte ligt aan de Spaanse kant

Wij zijn van plan om morgen verder de Guadiana rivier op te varen naar Alcoutim (dat is weer de Portugese kant), het moet daar mooi zijn.

Waarschijnlijk kunnen wij dan bij terugkomst de bimini en zonnecel monteren.